Twee onafhankelijke lijnen in 3/4: een melodie in de rechterhand met stapsgewijze loopjes in achtsten en sprongen, tegenover een linkerhand met een eigen lijn van vooral gepunteerde halve, halve en kwartnoten; mordenten (maat 3, 5, 11, 13), een voorslag in maat 8 en een korte triller in maat 30, en een tweede helft die naar D-majeur gaat (cis) en dan terugkeert. Beide helften herhaald.
Zo oefen je het
Elke hand heeft een eigen lijn: de linkerhand houdt lange noten vast terwijl de rechterhand in achtste noten beweegt. Oefen elke hand apart en herhaal dan de maten 1–8 samen op 80 BPM.
Leer de maten 3 en 5 eerst zonder de mordenten. Voeg ze licht toe zodra de achtste noten gelijkmatig lopen, zodat de tel nooit op ze hoeft te wachten.
De tweede helft gaat naar D-majeur, dus let op de cis in de maten 20–23. Luister naar de helderdere klank voordat de muziek terugkeert naar G-majeur.
In de maten 25–26 speelt de linkerhand twee stemmen: de bovenste noot komt op tel 2 en blijft liggen, terwijl de onderste op tel 3 opnieuw wordt aangeslagen. Oefen hier eerst de linkerhand apart.
Vermelding: Typeset by Allen Garvin for the Mutopia Project (Mutopia-2017/01/19-75) from the Bach-Gesellschaft edition, and placed in the public domain by the typesetter.