Een doedelzakdans in 2/4 boven een bourdon: de linkerhand springt in octaven (op d, dan a en e) en verdubbelt de rechterhand in maat 3–4 en 7–8; de rechterhand heeft loopjes in zestiende noten en figuren in achtste noten. De tweede helft gaat naar A-majeur boven een lang orgelpunt op e (gis, dis, en d met herstellingsteken) en eindigt daar; de fermate in maat 8 markeert waar een da capo zou eindigen (de uitgave drukt geen da capo af, dus er wordt er geen gespeeld). Beide helften worden herhaald.
Zo oefen je het
In de maten 1–2 springt de linkerhand op elke achtste noot tussen een lage d en de d een octaaf hoger. Oefen haar apart op 70 BPM tot de sprongen makkelijk gaan.
In de maten 3–4 en 7–8 spelen beide handen dezelfde noten, een octaaf uit elkaar. Herhaal de maten 3–4 met handen samen en luister of de twee handen als één klinken.
Vanaf maat 13 houdt de linkerhand een orgelpunt op e aan, terwijl de rechterhand eerst dis en dan d speelt. Herhaal de maten 13–17 op 70 BPM en lees elk toevallig voorteken goed.
Vermelding: Typeset by Allen Garvin for the Mutopia Project (Mutopia-2013/01/06-79) from the Bach-Gesellschaft edition, and placed in the public domain by the typesetter.