Een kwieke eenstemmige melodie in de rechterhand (toonladderloopjes, octaafsprongen, gebroken octaven) boven een lichte linkerhand met vooral kwart-, halve en hele noten, en gebroken akkoorden in achtste noten in maat 9, 11, 32 en 34: een expositie die naar G-majeur gaat, een korte doorwerking die zich naar c-mineur wendt (maat 16–23) en de reprise in C-majeur – meer vlot lezen en een snel, gelijkmatig tempo dan technische moeilijkheid.
Zo oefen je het
In maat 1–2 tekent de rechterhand een C-majeurakkoord, in maat 3–4 loopt ze in gelijke achtste noten, en de linkerhand antwoordt in maat 4 met vier dalende achtste noten. Begin met de metronoom op 100 BPM.
Maat 9–12 is de lastige plek: in maat 9 en 11 springt de rechterhand een octaaf omhoog terwijl de linkerhand gebroken akkoorden in achtste noten speelt. Herhaal ze op 90 BPM.
In maat 20–21 schommelt de rechterhand tussen twee keer de g, een octaaf uit elkaar. Speel de achtste noten licht en gelijkmatig en luister naar de kwartnoten van de linkerhand eronder.
Vanaf maat 24 komt de beginmelodie een octaaf lager terug, tot de kleine g. Lees de lage noten zorgvuldig voordat je ze op tempo speelt.
Vermelding: Typeset by Brian D. Rude for the Mutopia Project (Mutopia-2016/11/30-804) from the Sonatina Album (G. Schirmer, 1893), and placed in the public domain by the typesetter.