Snelle dubbelslagfiguren in zestiende noten, beantwoord door een licht staartje in achtste noten, afgewisseld met een lyrische melodie in gepunteerde kwartnoten, boven een regelmatige begeleiding van gebroken akkoorden in a-mineur – vingervlugheid en een kort melodisch motief helder laten klinken in een scherzando-tempo.
Zo oefen je het
Maat 3–6 klimt in hetzelfde ritme: vier snelle zestiende noten en een korte achtste noot. Speel de zestiende noten licht en gelijkmatig, til af op de staccato-achtste en herhaal ze eerst op 100 BPM.
Vanaf maat 12 gaat het snelle figuur naar je linkerhand, forte, onder een lange melodie in de rechterhand. Oefen de linkerhand apart in maat 12–17, zodat haar zestiende noten even zuiver zijn als die van de rechter.
In maat 32 lopen beide handen samen omlaag, een octaaf uit elkaar. Herhaal maat 31–33 langzaam en luister of beide handen op hetzelfde moment op de a landen.